Straffen en belonen

Straffen en belonen
Kinderen hebben grenzen nodig.  Ze weten niet uit zichzelf wat mag en niet mag.  Ze moeten dit leren.  Regels en afspraken kunnen hen daarbij helpen en geven hen ook zekerheid.  Belonen en straffen is een manier om kinderen grenzen aan te leren. 

 

Belonen
Belonen is reageren op een bepaald gedrag, zodat dit gedrag zal blijven of toenemen.  Door je reactie laat je weten dat je iets wat het kind deed positief vond. 
We verwachten altijd veel van kinderen.  Vaak gedraagt een kind zich zoals jij dat wil en dat vind je soms heel gewoon.  Toch is het heel belangrijk om te reageren op positief gedrag.  Zo weet het kind dat je erg waardeert als hij zich zo gedraagt.  Lees lukt immers beter als er gesupporterd wordt. 
Om op positief gedrag te reageren, moet je in de eerste plaats zien en benoemen wat het kind goed doet.  Vaak merken we alleen maar iets op als het fout gaat. 

 

Hoe kan je reageren op positief gedrag?
-
Aandacht geven, door bijvoorbeeld interesse te tonen:  “Jij speelt daar zo flink.  Wat maak jij?”
-
Het kind prijzen of een complimentje geven dat je iets leuk vindt of dat het iets goed kan.
-
Aanmoedigen door bijvoorbeeld zelf blokjes op elkaar te stapelen en het kind dan verder laten doen en te supporteren.
-
Een beloning geven (een koekje, extra knuffel,…)

 

Belangrijke aandachtspunten bij het belonen
-
Reageer zoveel mogelijk op positief gedrag. 
-
Reageer op wat je ziet en benoem het gedrag  “Jij hebt een hele mooie tekening gemaakt”.
-
Geef nooit vooraf een beloning:  “Je krijgt nu een snoepje als je straks gaat zitten”.
-
Beloon het kind door aandacht en complimentjes te geven, niet te veel met materiële zaken.
-
Kijk naar het positieve.  Ook als iets niet goed lukt kan je zeggen “Je hebt goed geprobeerd dat te doen”.
-
Wees eerlijk, het heeft weinig zin complimenten te geven als je het niet meent.
-
Het is belangrijk om rekening te houden met wat het kind leuk vindt.  Een beloning moet echt leuk zijn.  Speelt een kind niet graag met blokken, dan heeft het geen zin als beloning samen een toren te maken.

 

Straffen
Elk kind doet wel iets wat niet mag of wat gevaarlijk is: met eten knoeien, een ander kind pijn doen,…  Straffen is het reageren op storend of op ongewenst gedrag, zodat dit gedrag zal afnemen en wegblijven.  Je laat hierdoor merken dat je iets wat het kind deed, niet goed vindt.

 

Hoe kan je reageren op storend gedrag?
-
Negeer het kind door te doen alsof je het niet hoort.  Eerst zal het storend gedrag toenemen maar als je volhoudt zal het afnemen.  Negeer het kind echter nooit bij gevaarlijk gedrag!
- Keur het gedrag af door dit duidelijk te zeggen.  Zorg dat je door de inhoud, je houding en je stem laat merken dat je het gedrag afkeurt en niet het kind.  Zeg “Ik vind het niet flink dat je me niet wil helpen” en zeg niet “Je bent niet flink”. 
- Laat het kind zelf de negatieve gevolgen dragen; bijvoorbeeld als een kind bewust zijn beker melk omgiet kan je zeggen “Nu kan je geen melk meer drinken want je hebt je beker omgegooid”.
- Zet het kind even apart; dat kan in de gang, in de hoek of tegen de muur.  Soms is dit echt nodig om een kind tot rust te laten komen.  Belangrijk is om zelf rustig te blijven en aan het kind te vertellen waarom het even apart wordt gezet.  Het heeft geen zin een kind lang apart te zetten.  Hou rekening met de leeftijd van het kind, een tiental seconden tot een minuut is meer dan voldoende.  Zet het kind niet in de slaapkamer want dat wordt slapen verward met het krijgen van straf.
- Neem eventueel iets leuks weg, bijvoorbeeld het kind mag niet buiten spelen.

 

Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij het straffen?
-
Probeer zo weinig mogelijk te straffen.  Belonen kan je echter nooit teveel.  Het is beter positief gedrag heel vaak te belonen dan negatief gedrag te vaak te bestraffen.  Vaak zorgt belonen voor een betere relatie met het kind.  Het kind krijgt dan meer zelfvertrouwen en zal het vaker positief gedrag stellen.
- Soms kan het je allemaal te veel worden.  Een kind kan soms echt het bloed van onder je nagels halen.  Schud het kind in geen geval!!!  Het is beter op zo’n moment het kind even apart te zetten, zodat je zelf ook tot rust kan komen.
- Vaak wil je niet alleen dat het kind storend gedrag afleert maar dat het ook ander gedrag aanleert.  Daarom kan je best de situatie nog eens achteraf bespreken met het kind.  Zeg waarom je boos was en vertel het kind ook wat het wel kan doen: reik een alternatief aan.
- Na de straf is het belangrijk om even de tijd te nemen om ‘het terug goed te maken’.  Je was boos omdat het kind iets deed, maar na de straf is dit over.